Wat kan je zelf?
Blijf goed in contact met jezelf. Let op je grenzen. Als je bijvoorbeeld merkt dat je moe of overprikkeld raakt, zoek dan wat rust op.
Maar blijf ook in contact met anderen. Welke mensen om jou heen zijn belangrijk voor je (of zijn dat ooit geweest)? Kan je ze bellen, appen of misschien eens met ze afspreken? Probeer mensen toe te (blijven) laten in je leven. Anderen kunnen een geweldige steun voor je zijn op momenten dat dat nodig is, en andersom kan jij dat ook voor anderen zijn!
Misschien heb je het idee dat anderen je toch niet helemaal begrijpen.
Denk ook eens aan lotgenotencontact: mensen die ook een psychose hebben doorgemaakt, begrijpen op een andere manier dan buitenstaanders waar jij door heen gegaan bent en waar je misschien nog steeds tegen aan loopt. Als lotgenoot kan je een steun voor elkaar zijn, en kan je samen soms ook lachen om de vreemde dingen die je meemaakt.
Zorg dat je een goed dag- en nachtritme hebt. Dat betekent op tijd op staan en zorgen dat je een goede nachtrust hebt. Voor de meeste mensen betekent dat iets van 7-9 uur slapen. Iets hebben waarvoor je ‘s ochtends je bed uit wilt komen helpt daar bij. Waar word jij blij van? Wat vind je belangrijk in het leven?
Pak zoveel mogelijk je rol in de samenleving weer terug. Was je bezig met een opleiding? Kijk dan hoe je deze weer kan oppakken. Ben je ziek uitgevallen van werk? Kijk hoe je weer terug kan komen in het arbeidsproces. Er kan vaak meer dan je denkt, als je overlegt.
Is je opleiding of je werk toch te zwaar voor je? Kijk naar wat er wél mogelijk is. Er kan wellicht meer dan je denkt! Misschien een andere opleiding kiezen, of een andere werkplek? Denk ook aan de mogelijkheid van vrijwilligerswerk. Daarin kan je ook op allerlei manieren je ei kwijt!
Beweging is belangrijk. Sport en yoga zijn goed voor je lichaam en je geest. Maar als sporten nog heel veel gevraagd lijkt, kan je ook beginnen met wandelen.
Probeer niet de hele dag binnen te zijn. Daglicht is goed tegen depressie en zorgt ook dat je beter slaapt.
Alhoewel je het idee hebt dat je je misschien wat beter gaat voelen door alcohol of drugs te gebruiken, is het advies echt: Vermijd alcohol en drugs.
Wees niet bang dat je van het een op het andere moment weer in een psychose kan schieten. Meestal zijn er waarschuwingssignalen. Wanneer je een psychose hebt gehad kun je nagaan welke verschijnselen aan die psychose vooraf zijn gegaan. Als je die verschijnselen herkent kun je een nieuwe psychose wellicht voorkomen.
Voortekenen die veel voorkomen zijn:
- Een veranderd slaappatroon
- Prikkelbaarheid
- Veranderende opvattingen en overtuigingen
- Niet meer kunnen relativeren
- Wantrouwen en achterdocht
- Geobsedeerd worden door een bepaald onderwerp
- Terugtrekken uit de sociale omgeving
- Problemen met aandacht en geheugen
- Depressie
Als je deze voortekenen signaleert kun je maatregelen nemen zoals een goede nachtrust, dagstructuur, sport, rust, eventueel medicatie enz. Ook kan het handig zijn om met iemand in je directe omgeving een signaleringsplan op te stellen.