Wat is een psychose?
Voor behandelaren
Voor behandelaren
Beste hulpverlener,
Bedankt dat je dagelijks het verschil maakt in het leven van mensen met psychosegevoeligheid. Het begeleiden van cliënten met een psychosegevoeligheid vraagt soms wat van je. Maar de relatie die je met hen opbouwt is vaak het krachtigste instrument. En voor jullie beiden dus waard om in te inversteren!
1. Grondhouding en Visie
De basis van de begeleiding ligt in jouw visie op je cliënt en diens mogelijkheden.
Holistisch perspectief: Gebruik zorgstandaarden als leidraad, maar niet als dogma. Focus ligt niet enkel op medicatie of symptoombestrijding, maar op het ondersteunen van je cliënt in het leiden van een ‘goed leven’ met psychosegevoeligheid.
Mens boven diagnose: Houdt voor ogen dat je cliënt méér is dan zijn psychosegevoeligheid. Denk in kansen in plaats van in onmogelijkheden.
Vermijd stigma: Doe er alles aan om (zelf-)stigma niet op te roepen of te versterken. Zinnen als “Je doet er toe” en “Je bent meer dan…” kunnen krachtig zijn.
Hoop geven: Straal vertrouwen uit en geef hoop dat de ontregeling van voorbijgaande aard is.
Optimale Lat: Leg de lat niet te hoog, maar zeker ook niet te laag.
2. Communicatie en transparantie
Open, eerlijke en respectvolle communicatie is de sleutel tot een sterke behandelrelatie.
Focus op ervaring: Vraag: “Wat is er gebeurd met je?” in plaats van de klinische vraag “Wat zijn je klachten?”.
Serieuze aandacht: Neem de antwoorden van je cliënt serieus, ook als ze vreemd klinken. Heb oprechte aandacht voor hoe iemand zich voelt.
Transparant en eerlijk: Leg altijd uit waarom je iets doet. Wees eerlijk over het behandelproces en de opties.
Erken ervaringskennis: De ervaringskennis van je cliënt is een belangrijke bron van kennis. Geef de voor- en nadelen van opties op een passend niveau. Geef keuzes en respecteer die keuzes.
Persoonlijke toon: Wees soms open. Je kunt je cliënt enorm helpen met het noemen van passende voorbeelden uit je eigen leven.
3. De Behandelrelatie en Samenwerking
Investeer in een relatie gebaseerd op respect, gedeelde beslissing en geduld.
Samenredzaamheid: Besluit mét de cliënt, in plaats van óver de cliënt.
Check-in: Controleer continu of de behandeling (nog steeds) passend is. Vraag de cliënt of je gedachten over het gedrag kloppen en, minstens zo belangrijk, wat je interventie met iemand doet.
Rust en geduld: Blijf rustig en geduldig. Je bereikt vaak meer als je je cliënt niet opjaagt of onder druk zet.
Betrek naasten: Betrek naasten zoals je cliënt dat wil. Zoek samen naar de juiste triade voor samenwerking. Soms is dat even zoeken.
4. Omgaan met verschil van mening en moeilijk gedrag
Professioneel handelen vereist duidelijkheid, vooral bij conflicterende werkelijkheden en grensoverschrijdend gedrag.
Verschil van Wereldbeeld: Ontken simpelweg de werkelijkheid van de cliënt niet. Zeg niet dat iets onzin is, er zit vaak symboliek in wat verteld wordt. Je kunt zeggen:
“Jij ervaart dit, maar ik ervaar dit niet. Ik begrijp dat het nu erg moeilijk voor je is.”
Grenzen stellen (Nee Zeggen): Bij dwingend, agressief of seksueel getint gedrag:
Zeg duidelijk en kalm nee of vraag de cliënt te stoppen
- Maak er geen verwijt van (dit werkt averechts).
Bij agressie: Zorg voor jullie veiligheid. Loop zelf weg, of stuur de cliënt weg.
Reflecteer, maar maak geen verwijt: De cliënt bedoelt het over het algemeen ook goed. Achteraf horen dat ze ‘brokken hebben gemaakt’ is niet fijn. Direct reageren is eerlijker en beter.
5. Stimuleren en Reflecteren
Stimuleer de zelfredzaamheid en geef constructieve feedback op gedrag.
Eigen kracht: Stimuleer je cliënt om eigen krachten en gezonde gewoonten te ontwikkelen.
Wees een spiegel: Communiceer zowel als het goed gaat als wanneer het minder goed gaat. Sta stil bij hoe dingen zijn overwonnen, hoe groot of klein ze ook lijken.
Lijden zien: Geef terug dat je ziet wat iets met de ander doet. Ook leed mag gezien worden.
Medicatie (met instemming): Stimuleer de cliënt om medicatie te slikken, mits zij persoonlijk zonder psychotisch worden.
Let op middelengebruik: Wees alert op drugsgebruik. Dit komt veel voor, ook als het niet gemeld wordt.
6. Zelfzorg en Externe Hulp
Zelfzorg: Zorg goed voor jezelf. Het is voor jullie allebei belangrijk dat je stabiel en positief blijft.
Beschikbaarheid en grenzen: Probeer zoveel mogelijk beschikbaar te zijn, maar er zijn grenzen. Toon de cliënt de wegen die bewandeld kunnen worden als je niet beschikbaar bent.
Fouten maken mag: Hulpverleners zijn mensen. Echt waar. Als je een fout hebt gemaakt (bijvoorbeeld een verkeerde inschatting), maak excuses en erken de fout.
Lotgenotencontact: en, last but not least: contact met lotgenoten kan heel betekenisvol zijn voor je cliënt. Wijs dus op het bestaan van verenigingen zoals Anoiksis.
Veel succes en wijsheid gewenst in jullie samenwerking!