Je denken, handelen en emoties kunnen ongeorganiseerd worden.

 

  • gedachten volgen elkaar snel op of lopen door elkaar en associaties worden losser of juist heel sterk:

 

het lukt niet meer om je gedachten of je gevoel bij elkaar te houden. Je kan terwijl je praat van de hak op de tak gaan springen, omdat je heel associatief denkt. Of misschien helemaal geen antwoord geven op de vraag die net gesteld is. Het kan ook zijn dat je woorden of (stukken) zinnen blijft herhalen, of totaal nieuwe woorden verzint (neologismen). Je kan misschien de betekenis van woorden of uitdrukkingen niet meer begrijpen.

 

  • Desorganisatie kan ook zitten in gedrag:

 

Je kan vervallen in doelloze handelingen, onnatuurlijke gebaren maken,  of telkens dezelfde handeling herhalen.

 

  • Of in emoties:

 

Soms kunnen mensen opeens gaan lachen of huilen op momenten die voor andere mensen niet goed te volgen zijn.

 

(Dit wordt vaak aangeduid als ‘desorganisatie’. Soms wordt desorganisatie bij de positieve symptomen genoemd soms bij cognitieve symtomen. )